Organisatie

SIMON kent de volgende organen c.q. functies:
  • de Raad van Toezicht (RvT),
  • het College van Bestuur (CvB),
  • het bestuursbureau,
  • het directeurenberaad (DB),
  • de productgroepen (PG),
  • en het onderwijs(ondersteunend) personeel (OOP) op de scholen.
Daarnaast bestaat ook een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad GMR, (een SIMON oudervereniging OV¹), een MR en (een ouderraad OR¹) per school.
    
De oudervereniging OV en de ouderraad OR zijn geen erkende organen binnen een organisatie. Dit zijn organen die buiten de organisatie om worden geïnitieerd en opgezet door ouders.

Raad van Toezicht (RvT)

De Raad van Toezicht staat op afstand van het College van Bestuur en controleert het bestuur op haar verantwoordelijkheden en bevoegdheden en beoordeelt het College van Bestuur op van te voren vastgestelde en overeengekomen doelen.

College van Bestuur (CvB)

Het CvB, als zijnde het bevoegd gezag, de bestuurder van de organisatie, bevoegd is tot het verrichten van bestuurshandelingen, te weten o.a. het besturen van de stichting, realisatie van de (strategische) doelen en de bedrijfsvoering, het geven van leiding aan de organisatie en het profileren van de stichting. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de hogere arbeidsintensiviteit in vergelijking tot de reguliere scholen.

Bestuursbureau 

Het bestuursbureau valt rechtstreeks onder de verantwoordelijkheid van het CvB. Het lid CvB stuurt het bestuursbureau aan. Het bestuursbureau ondersteunt en faciliteert het CvB, de PG en de schooldirecteuren op terreinen zoals beschreven in de takenpakketten van de diverse functionarissen.
 
Het bestuursbureau ondersteunt het CvB in het bijzonder in het scheppen van kaders op het gebied van bedrijfsvoering en onderwijs. Het bestuursbureau onderscheidt haar taken in:
 
operationele taken t.b.v. ondersteuning CvB, PG en de school-directeuren;
taken op het vlak van innovatie en ontwikkeling.

Directeurenberaad (DB)

De directie is verantwoordelijk voor het gezamenlijk uitvoeren van het stichtingsbeleid. Dit is van belang voor alle negen scholen. Daarom overleggen alle directeuren frequent in het zogenoemde Directeurenberaad.

Productgroepen (PG)

De PG worden gevormd door directeuren, staffunctionarissen, leden van CvB en eventueel externe adviseurs. Zij ontwikkelen beleid voor het DB. De productgroep heeft tijdens de voorbereiding regelmatig afstemming met de betreffende functionaris(sen) van het bestuursbureau, de directeuren en eventueel met de CvB. De voorzitter van de productgroep geeft in en na overleg met de directeuren richting en sturing aan de productgroep. De voorzitter van de PG is verantwoordelijk voor de werkzaamheden van de PG. Hij/zij geeft over de te ontwikkelen notitie/beleidsstuk verantwoording af aan het DB.
 
In managementtermen is het DB een “orgaan” te noemen. De “productgroepen” werken voor en vanuit het DB. De DB blijft het orgaan waarmee het CvB het beleid bespreekt, advies vraagt en daarna het beleid vaststelt. In de productgroepen wordt dit beleid door de experts, de deskundigen, de geïnteresseerden voorbereid en verder uitgewerkt. De bureaumedewerkers bieden ondersteuning bij de ontwikkeling en uitvoering van het beleid op school en bovenschools niveau.

Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR)

Dit is te vergelijken met een ondernemingsraad. Leden van de GMR worden voorgedragen uit de Medezeggenschapsraden van de scholen. Per school neemt 1 lid namens het personeel en 1 lid namens de oudergeleding deel aan de GMR. De taken van de GMR zijn schooloverstijgend, gemeenschappelijk van belang en worden vastgelegd in een GMR reglement. De GMR vergadert minstens 4 keer per jaar en adviseert en controleert het beleid. De CvB overlegt namens het bestuur met de GMR.